Op een warme dag in juli loop ik met een stapel posters, lijm en bezem richting de enige zuil van winkelcentrum de Drieslag in Malburgen. Voor het eerst ga ik wild plakken. Het brengt me terug naar mijn stage in 1993 bij Anthon Beeke en oud-docent Rob Schröder van ontwerperscollectief Wild Plakken, in 1997 hoofd master Design Sandberg Instituut. Beiden inspireerden mij, net zoals Tibor Kalman (oprichter van COLORS magazine) en Pierre Bernard (Ne Pas Plier): anarchistisch, intuïtief en maatschappijkritisch. Ze brachten activistische reuring binnen het vak daar waar creativiteit vaak langs de liniaal van de opdrachtgever stond. Het gaf mij hoop dat ik als student de juiste richting op de kunstacademie had gekozen. Toch ontstond er tijdens mijn bachelor studie een onrustig gevoel omdat een bepaalde didactische overdracht ontbrak. Ik had, in plaats van mijzelf te positioneren vanuit vorm en functie binnen het beroepsveld, steeds meer behoefte aan sociaal onderzoek. Humanitaire kwesties bleven beperkt tot gesprekken met docenten (mannen) in het klaslokaal en studenten hadden geen notie of behoefte om empirisch op pad te gaan. Thema’s werden vaak vanuit het spectrum ‘wie ben ik’ geformuleerd. Maar wie waren die ánderen en hoe uitte zich dat in relatie tot het opzetten van een ontwerppraktijk? Zulke overpeinzingen hadden destijds nochtans geen plek binnen het curriculum van het designonderwijs. Het concept stond centraal inclusief een dosis zelfvertrouwen om de buitenwereld te overtuigen van jouw product. Het ontwerpproces was gericht op maken in plaats van zoeken. De digitale wereld lag nog te sluimeren in de couveuse van ontwikkelaars en zou pas vlak voor de eeuwwisseling mondiaal ontwaken.

Mensgericht en vanuit een context ontwerpen vond al langer zijn weg binnen het vak industrieel ontwerpen met termen als users en consumers waarbij het product in vele uitvoeringen moest aansluiten op valse behoeftes en daarmee onze kooplust activeren om nog een stofzuiger of auto aan te schaffen. Een tendens waar Victor Papanek als visionaire designer in 1971 zich kritisch over uitte. Waarom ontwerpen voor the happy few met dikke portemonnee? In zijn boek ‘Design For The Real World: Human Ecology and Social Change’ benadrukte hij de rol als sociale ontwerper om zich juist bezig te houden met de rest van de wereld. Als voorbeeld ontwikkelde hij een universele handleiding om met eenvoudige middelen een gebruikt conservenblik te transformeren naar een transistorradio. Het was de voorbode van open design waar je je idee met iedereen deelt. Het zaadje van inclusie en social design als stroming werd hier gelegd. Het duurde alleen een aantal decennia voordat het echt ontkiemde.

Tegenwoordig nemen meer en meer ontwerpers hun verantwoordelijkheid om te kijken naar ontwerpoplossingen ten behoeve van welzijn van mens, dier, natuur en klimaat. Naast duurzaam ontwerpen vraagt men zich vaker af vanuit welke invalshoeken een product, dienst of interventie moet worden belicht: leeftijd, gender, religie, afkomst, gezondheid, opleiding, seksuele voorkeur, ed. Dit kruispuntdenken (intersectionaliteit) is noodzakelijk om diversiteit beter te begrijpen en een dieper inzicht te ontwikkelen omtrent menselijke interacties en ervaringen. Samenlevingen zijn in toenemende mate met elkaar verbonden door middel van handel, migratie, onderwijs en digitalisering (Van Boeijen & Zijlstra, 2020). In haar onlangs verschenen boek ‘Culture Sensitive Design’ motiveert Van Boeijen het als een uitdaging voor designers om met deze culturele kennis op meer empathische wijze een effectieve bijdrage te leveren aan veranderingen in de wereld.

Verder nodigt de designer tijdens het opzetten van zijn artistiek of ontwerpend onderzoek mensen lokaal uit als co-researchers bij het creatieve proces. Uitgaande van ontstaansgericht onderzoek adviseren Coumans en Schuffelers (2017) dat de opbrengst hiervan niet resultaatgericht hoeft te zijn en nieuwe inzichten kan leveren in plaats van oplossingen. Met methodes als participerend observeren vanuit de antropologie zal een ontwerper niet alleen van buitenaf, maar ook embedded meelopen in de dagelijkse situatie van participanten. Het biedt de mogelijkheid tot een vertrouwensband waarmee vraagstukken collectief worden gedragen voor het creëren van alternatieve toekomsten.

Hunt, onderzoeker aan de The New School for Social Research, concludeert daarbij dat we niet langer tevreden kunnen zijn met de hands-off gevoeligheid van antropologie en ‘meer is meer’ mentaliteit van design. Het idee dat antropologie een discipline is die als methode of culturele contextualisering wordt toegepast op design, heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een gezamenlijke praktijk met vragen als wat het is om mens te zijn en hoe de mensheid kan worden voorgesteld (2018).

Zo brengt ook antropoloog Escobar ter sprake dat een tak van ontwerpen voortbouwt op de erfenis van het design activisme uit de jaren 60 en nog steeds het potentieel herbergt voor het transformeren van toekomstige ontwikkelingen en het ecologische discours. Hij beschouwt de hedendaagse opkomst van critical design als een directe opvolger van eerdere pogingen om de gedeelde sociale noodzaak van design en antropologie te verenigen (2018).

Echter, [1] hoe kan je mensen betrekken bij democratisch, speculatief ontwerpen en [2] in hoeverre biedt het nog artistieke kwaliteit wanneer iedereen zeggenschap heeft? [3] Wat zijn de uitkomsten van een participatief project? Als antwoord hierop wil ik allereerst het domein van design antropologie toelichten:

Design anthropology combines the transformative, future orientation of design with anthropological theory and cultural interpretation, systematic investigation of the past as a lens to explore the present, and a “unique sensitivity to the value orientations of various groups affected by design projects – including disempowered groups, consumers, producers, and audiences”. (zoals geciteerd in Otto & Smith, 2013)

 

Mijn onderzoek heb ik gebaseerd op de volgende principes van design antropologie: lokale participatie en samenwerking, toekomstgericht, holisme, performatief, iteratief, transdisciplinair, transformatie, evaluerend en ontvouwen van mogelijkheden (Miller, 2018). In opdracht van Ruimtekoers bezocht ik vanaf februari 2020 wekelijks met deze uitgangspunten het winkelcentrum de Drieslag in Malburgen, Arnhem-Zuid. Aangezien het project nog in volle gang is, zal ik me voor nu beperken tot de intenties bij het opstarten van het veldwerk en een tussentijdse evaluatie betreft de gang van zaken.

[1] Democratisch en speculatief ontwerpen

Een ruimtelijke voorstelling van zaken maakt het meer perspectivische of dialogische denken mogelijk. Het in beeld denken en het je in beeld uiten zoals dat bekend is van de kunstacademie maakt andere co-creatieve praktijken mogelijk. (Coumans & Schuffelers, 2017).

Participatory Action Research (PAR) is gemeenschapsgericht, participatief onderzoek. Deze methodiek biedt inzicht in de maatschappelijke context en heeft als doel om diverse soorten kennis te synthetiseren en gezamenlijk tot nieuwe hypotheses te komen. PAR wordt aangedreven door deelnemers in plaats van een externe sponsor, financier of academicus. Het biedt een democratisch model van wie kennis kan produceren en gebruiken. Men werkt in alle fases samen en het omvat discussie. PAR resulteert in actie, verandering of verbetering van de kwestie die wordt onderzocht.

Participatieve methodes die in het winkelcentrum werden toegepast:

  1. Participerend observeren gaf mij de gelegenheid om langzaam winkel voor winkel contact te leggen met de ondernemers en hun klanten. Ik besloot bijvoorbeeld bij het eerste bezoek om vakken te gaan vullen in supermarkt Seren. Murat & Fati vonden dat prima en na een paar bezoeken kreeg ik zo op gelijkwaardige wijze contact met de medewerkers in hun zaak.
  2. Interviewen bleek al snel een te formele vorm te zijn. Men had non-stop klanten over de vloer. Om niet in de weg te staan bij de kassa besloot ik ongestructureerd losse conversaties te houden waardoor de sfeer informeel werd en achter in de winkel ook tijd was voor thee drinken en persoonlijke verhalen.
  3. Photovoice is een kwalitatieve onderzoeksmethode die participanten uitnodigt hun rituelen, ideeën of gedachtes zelf te fotograferen. Winkeliers formuleerden een vraag of slogan omtrent hun zaak. Met de uitkomsten gingen we een vlag ontwerpen die zorgde dat de winkel in de galerij weer zichtbaar werd. Het bracht leven in de troosteloze passage – ontvouwen van mogelijkheden – en iedereen wilde meedoen.

[2] Artistieke waarde bij collectief zeggenschap

Laat de creativiteit toe. Gemeente én bewoners zijn vaak gewend aan gebaande paden. Betrek creatieve ontwerpers, doeners die inspireren en met onorthodoxe interventies tot nieuwe oplossingen komen: essentie van anders werken. (Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie)  

  • Door samen met het team van Ruimtekoers te co-creëren kwamen meer ideeën van de grond. Zo ontdekte Robin zijn ‘Pindakaas-methode’ tijdens een rondje door het winkelcentrum. Het was drempelverlagend om eerst aan de toonbank te informeren naar de aanwezigheid van pindakaas. Hierdoor was zijn schroom weg en kon hij zijn verzameling uitbreiden. Een ideale methode om ongedwongen in contact te komen.
  • Na ieder bezoek aan de Drieslag vond er Skype-gesprek plaats met Sarah & Michelle. Ik maakte ter plekke veldnotities in een schrift en stuurde deze via WhatsApp op als een beeldverslag. Aangezien ik vooral divergerend en iteratief bezig was, bewust zonder een al te strak plan, kon ik nogal eens chaotisch alle kanten opschieten. De evaluaties tijdens onze meetings boden focus in het ontstaansgericht onderzoek.
  • Eigen initiatieven kwamen al snel lokaal vanuit de winkeliers na het installeren van de eerste vlaggen. De maststokken met wapperende doeken, voorzien van eigen signatuur, werden het signaal van verandering in de publieke ruimte. Zo bedachten o.a. Sehbas & Rushat van bakkerij de Drieslag t-shirts met tekst op de rug ‘Ik ben bezig voor u’. Het toont aan dat de denkkracht van de samenleving groot is, wanneer er ruimte wordt gegeven voor dialogisch denken via beeld en performance.  

[3] Uitkomst van participerend ontwerpen

How does the balance between documenting and constructing contributes to the public debate and decisions made in the Participatory Design process? (Huybrechts, Devisch & Martens, 2014)

Na uitstel door COVID-19 heeft iedereen, met hier en daar wat aanpassingen, zijn werkzaamheden weer opgepakt. Vanuit een noodfonds voor Arnhemse ondernemers heeft Ruimtekoers subsidie gekregen voor het ontwikkelen van een collectieve denktank die de Drieslag mooier gaat maken en een zomeractie onder circa 7000 huishoudens verspreid als verbinding met alle ondernemers van de Drieslag. Deze fase is convergerend en stevent af op structurele acties om de Drieslag te transformeren voor de toekomst. In juni vond er een ontmoeting plaats bij Sanger in zijn restaurant Mesopotamië. De gesprekken leverden heldere concepten voor een ruimtelijk plan met ideeën voor evenementen als een terugkerend Perzisch lichtfeest in maart. De grote lijnen van deze ontmoetingen worden op 4, 5 en 6 september tijdens Ruimtekoers festival gedeeld met bewoners en iedereen krijgt de gelegenheid om zijn persoonlijke wensen te laten schetsen door illustratoren tijdens het festival. Met deze data hoopt Ruimtekoers de gemeente te overtuigen van de gemeenschappelijk gedragen wilskracht. Als laatste poging kan men altijd nog tegels uit de vloer halen, een olijfboom planten, een pot verf kopen en activistisch de pergola zelf gaan schilderen.

Belangrijk punt is dat vanuit wederkerigheid er veel transacties hebben plaatsgevonden. Gratis knipbeurt, heerlijk warme döners, blikje Fernandez, vers Naan brood uit de klei-oven, beker koele ayran, verse munt en mooie gesprekken waren onderdeel van een half jaar veldwerk. Ik kwam niet alleen data ophalen. Door het aanbieden van de vlaggen met eigen ontwerp ontstond er een vrijblijvende uitwisseling van goederen als wederzijdse geschenken van dankbaarheid. Het enige wat Ruimtekoers in de gaten moet houden is dat de Drieslag niet participatie-moe wordt van alle interacties.

Conclusie

We leven in een tijd waar inclusie al vanuit de schoolbanken nauwelijks een kans krijgt; ons ego constant moet worden geëtaleerd; men elkaar indeelt op competitie en beloningen geeft aan degene die de meeste mensen aanstuurt. Kortom, een maatschappij waarin veel mensen zich niet gehoord voelen. Wil je als ontwerper in de publieke ruimte een zichtbare bijdrage leveren en daarbij anderen een stem geven, behoor je op de hoogte te zijn van de culturele context. Je nodigt mensen via methodes uit hun latente behoeftes te formuleren en werkt samen met het lokale netwerk vanuit een integrale ontwerpbenadering aan het vormgeven van een nieuwe realiteit.

Op de Drieslag was de etalage niet meer onderdeel van de winkel. Ondernemers in het winkelcentrum zaten verstopt achter hun pui. Men leefde naar binnen en omzet werd gedraaid door de komst van vaste klanten. De gemeente toonde na zoveel beloftes alsmaar geen daadkracht. Het was iedereen voor zich met, ondanks gemopper, toch een sterke sociale cohesie. In de winkels trof je gezellige bedrijvigheid. Maar de passage van het winkelcentrum verborg, met zijn treurige pergola, deze levendige en kleurrijke coulisses van productiviteit. Deze façade bevestigt het stereotype Malburgen. Of dat waar is, laat ik aan de lezer over om zelf te ervaren.

Vanuit het team Ruimtekoers wordt nu in samenwerking met ondernemers en bewoners aan een ruimtelijk plan gewerkt. Iedereen doet en denkt mee. Zo ook Romeo die, tijdens mijn onhandige poging tot wild plakken op die ene zuil in het winkelcentrum, het juiste advies gaf. We waren lekker bezig met lijm en bezem, praatten over relaties, kickboksen, kinderen en Surinaamse verkiezingen. Thuis ontvang ik van hem via WhatsApp een foto van de zuil volgeplakt SP campagne-posters. Onze collectieve ‘Beleef de Drieslag’ zomeractie heeft, hoe dan ook, één uur het licht gezien.

Thuis ontvang ik van hem via WhatsApp een foto van de zuil volgeplakt SP campagne-posters. Onze collectieve ‘Beleef de Drieslag’ zomeractie heeft, hoe dan ook, één uur het licht gezien.

Literatuur

Clarke, A.J. (2018). ‘Introduction.’ In Design Anthropology: Object Cultures in Transition. Clarke, A.J. (ed.), xv-xxv. New York: Bloomsbury.

Coumans, A., & Schuffelers, I. (2017). De relevantie van artistiek onderzoek. ScienceGuide. Geraadpleegd op 12 augustus 2020, op https://www.scienceguide.nl/2017/06/de-relevantie-van-artistiek-onderzoek/

Escobar, A. (2018). ‘Stirring the Anthropological Imagination: Ontological Design in Spaces of Transition.’ In Design Anthropology: Object Cultures in Transition. Clarke, A.J. (ed.), 201-216. New York: Bloomsbury.

Hunt, J. (2018). ‘Prototyping the Social: Temporality and Speculative Futures at the Intersection of Design and Culture.’ In Design Anthropology: Object Cultures in Transition. Clarke, A.J. (ed.), 87-100. New York: Bloomsbury.

Huybrechts, L., Devisch, O. & Martens, S. (2014). The future is today. Scripting public debate on Design Anthropological encounters. Geraadpleegd op 12 augustus 2020, op https://kadk.dk/sites/default/files/liesbeth_huybrechts.pdf

Miller, C. (2018). Design + Anthropology: Converging Pathways in Anthropology and Design. New York: Taylor and Francis/Routledge.

Van Boeijen, A.G.C. & Zijlstra, I.S.J. (2020). Culture Sensitive Design – A guide to culture in practice. Amsterdam: BIS Publishers.

Blijf op de hoogte van Ruimtekoers en de Akademie

Schrijf je in en ontvang zes keer per jaar de Ruimtekoers nieuwsbrief!

© 2022 Bureau Ruimtekoers