Met de slogan “Ruimte Maken Voor Nieuwe Energie: Niet makkelijk, wel nodig”, vraagt de campagne van de Rijksoverheid de aandacht van inwoners voor de regionale energiestrategieën... feest!

In 2021 heeft Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) programmamaker Yosser Dekker van Bureau Ruimtekoers gevraagd een jaar lang te reflecteren op zijn aanpak. En lessen daaruit te delen in vijf blogs. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving gebruikte deze inzichten en lessen in hun project Aardgasvrije Wijken. Waarin zij de participatie van inwoners, overheden en marktpartijen bij het aardgasvrij maken van wijken in Nederland onderzoeken. Dit is blog nummer 2.

Niet makkelijk, wel nodig

Met de slogan “Ruimte Maken Voor Nieuwe Energie: Niet makkelijk, wel nodig”, vraagt de campagne van de Rijksoverheid de aandacht van inwoners voor de regionale energiestrategieën. Het is feest, want we gaan weer participeren! Of niet? Met de slogan “Ruimte Maken Voor Nieuwe Energie: Niet makkelijk, wel nodig”, vraagt de campagne van de Rijksoverheid de aandacht van inwoners voor de regionale energiestrategieën. Is dat een uitnodiging? “Weet je wel zeker dat je mee komt doen? Het wordt ontzettend moeilijk…”

De formele wereld: een campagne bij de Rijksoverheid.

De leefwereld: inwoners ontdekken energie door weven van zonnecellen.

Volgens mij is het tijd om op een andere wijze te kijken naar participatie in de leefomgeving, en met name bij de energietransitie. De een na de andere innovatie wordt ontwikkeld, waarmee meterkasten nóg slimmer worden, huizen nog beter geïsoleerd en energie nog efficiënter wordt verwerkt, opgeslagen en getransporteerd. Speelt in dit technologische perspectief de inwoner die de eindjes aan elkaar probeert te knopen of de Nederlandse taal niet altijd beheerst ook een rol? De transitie, die bij uitstek een samenlevingstransitie zou moeten zijn, lijkt zich in mijn ogen op een selecte groep van innovatieve en welbenetwerkte inwoners te richten. Terwijl deze omvangrijke transitie voor iedereen zou moeten zijn.

Een gat tussen leef- en systeemwereld?

Als zelfstandige intermediair is het voor iedereen toegankelijk maken van deze grote samenlevingstransities hetgeen waar ik naar streef. Op eigen initiatief betrek ik inwoners bij maatschappelijke vraagstukken in hun eigen leefomgeving. Daarbij redeneer ik niet vanuit het technologische of systemische perspectief, maar vanuit de leefomgeving van de inwoners. Wat hebben zíj́ nodig? En hoe nodigen we beleidsmakers uit om daar een antwoord op te geven?

Dat nog wel eens wat ruimte zit tussen de systeemwereld en leefwereld hoor ik onder andere van een senior bestuursadviseur bij gemeente Arnhem. In een buurtgesprek met inwoners van een Arnhemse ‘krachtwijk’ associëren medewerkers van de gemeente en de inwoners over het onderwerp ‘energie besparen’. Beide spreken een andere taal: “Wij (medewerkers van de gemeente) hadden het over isoleren, zonnepanelen, minder lang douchen en allerlei andere maatregelen. De inwoners zeiden: ‘Ja, energie… Dan komt er weer zo’n energiebedrijf langs de deuren die proberen energie te verkopen en ik ben altijd duurder uit!’”.

Versta elkaars taal

Deze verschillende perspectieven hebben ieder een eigen taal en als intermediair probeer ik een taal te vinden die voor beide werelden werkt. Dat doe ik niet alleen. De beste vertalers zijn bij uitstek kunstenaars die vanuit de kracht van de verbeelding mensen aanzetten om hun wensen en ideeën zelf te verbeelden. Ik nodig hen uit om samen met inwoners en beleidsmakers simpelweg te gaan doen, te maken. We delen verhalen en ervaringen en praten over achterliggende thema’s die spelen in het leven van de deelnemers. Zo maken we de technologische en systemische taal concreet en tastbaar.

Zonnestof – een voorbeeldproject

Dat doen we onder andere in het project Zonnestof, zoals je ook kunt lezen in het eerste verhaal van deze blogreeks. Van ons antropologisch veldwerk leerden we dat  inwoners georganiseerd zijn rondom textiel. Zo weven, borduren en naaien ze samen. Daarom nodigden wij modeontwerper Pauline van Dongen uit. Samen met inwoners maakte zij vanuit flexibele zonnecellen een nieuw soort textiel waarmee je een mobiele telefoon kunt opladen: Zonnestof. De kracht zit hem in de verbeelding en tastbaarheid van het materiaal. Zonnepanelen – een symbool van de energietransitie – kent men als afstandelijk en ver weg op grote daken. Door de flexibele cellen in handen te hebben, wordt de verbeelding geprikkeld. Het is ineens dichtbij en de mogelijkheden zijn eindeloos. Inwoners associëren nu over gordijnen, tassen en parasols die met zonnecellen energie kunnen opwekken. En voilà, het gesprek over duurzaamheid en de energietransitie is geopend. De formele taal van zonnepanelen op grote daken en de leefwereld van flexibele cellen in huis zijn samengebracht in een gezamenlijke taal van het opwekken van energie via de zon in je eigen leefomgeving, huis en wijk. De taal die gesproken wordt, is niet meer technologisch maar concreet vanuit de leefwereld.

Muziek als gemeenschappelijke taal

Iedereen wordt mens – een voorbeeldproject

Ook in een andere context slaat de taal van het samen maken en vieren aan. Samen met theatermakers Karlijn van Kruchten en Esther de Haas werken we in opdracht van de gemeente Arnhem aan het project Iedereen Wordt Mens. Hierbij ontwikkelen we samen met mensen die in een armoedesituatie leven het armoedebeleid. We monitoren het bestaande armoedebeleid en voeren gesprekken met deelnemers. Tijdens deze gesprekken delen zij veel meer behoeften dan ze wellicht in een enquête of een gesprek met een ambtenaar zouden doen.

De theatermakers werken nu al maanden als vrijwilligers bij de tweedehandswinkel en de Voedselbank. Hierdoor worden ze een herkenbaar gezicht en creëren ze een gelijkwaardige relatie met medewerkers en klanten. Ze gaan niet zómaar het gesprek aan: ze gebruiken een methode waarin ze samen met de doelgroep zoeken naar hun lievelingsliedjes en die vervolgens samen zingen tijdens optredens bij de tweedehandswinkel en de Voedselbank. De volgende stap is het samen maken van eigen muziek over hun armoedesituatie, hoe complex die soms ook is en hoe lastig het gesprek daarover. Maar júist door de taal van muziek te spreken en lange tijd aanwezig te zijn op de plek die een belangrijke rol in hun leven inneemt, interesseren de makers zich in de leefwereld van de ander. Hierdoor ontstaat een veilige ruimte waarin het gesprek kan plaatsvinden. Muziek is bij uitstek een communicatiemiddel om emoties te delen zonder deze in specifieke taal te hoeven gieten. De gezichtsuitdrukkingen bij het horen van een lied of de tekst van het opgegeven liedje  zeggen al genoeg om vanuit daar een gesprek vorm te geven over de leefwereld van mensen die leven in armoede. En dat gaat verder dan alleen hun armoedesituatie. Ook in dit project wordt gezocht naar een gezamenlijke taal tussen de ambtelijke taal van de beleidsmaker over armoede – die vooral gaat over het hebben van weinig geld en veel problemen – en de taal uit de leefwereld over wat er naast het hebben van weinig geld nog meer is in het leven met armoede. Dat leidt uiteindelijk tot de taal van het gezongen lied die steun én plezier biedt.

Het resultaat van dit project is natuurlijk een feestelijke, bonte, muzikale avond bij de Voedselbank met optredens, samenzijn en ontmoetingen waar iedereen ‘viert’. Bovendien is het resultaat met name een positief proces waarin verbindingen worden gelegd tussen de doelgroep en beleidsmakers en waarin nu al belangrijke inzichten gedeeld worden en gesprekken verder gaan dan de gebruikelijke formele gesprekken. Daarnaast delen wij als intermediair maandelijks de latente behoeften als inzichten in een voor de beleidsmakers open en toegankelijk proces. Zo worden de latente behoeften, die nu manifest zijn geworden, de inzichten waarmee het beleid wordt verbeterd.

Samen de slingers ophangen – een gemeenschappelijke taal

Tijdens de afgelopen begeleidingsgroep ‘Participatie in Aardgasvrije wijken’ deelde OFL-voorzitter Marleen Stikker over de rol van intermediair: “We moeten de intermediair niet zien als een persoon of een organisatie of instelling. Maar als een methodologie. Een overkoepelende aanpak met daaronder verschillende gespecialiseerde methodologieën, in te zetten in de juiste fase van een participatieproces”. En dat is precies hoe ik naar ‘de taal’ kijk die we ontwikkelen. De taal is een verzameling van voorwaarden en methoden om aan de slag te gaan, zoals het werken vanuit bestaande netwerken en positieve energie, de cruciale rol van de verbeeldingskracht en een oprechte interesse in de leefomgeving van mensen. Al die zaken zorgen voor enthousiasme en langdurige betrokkenheid met draagvlak en nóg meer positieve energie en uiteindelijk zelfs een viering!

En wanneer die positieve energie nog niet bestaat, dan creëren wij die. Dan wordt dát de taal waarmee we spreken. Zo kan participatie wel degelijk een feestje zijn. Nodig jezelf uit, ontdek en erken de bestaande situatie en verbeeld een positief alternatief. Dus, laten we samen de slingers ophangen, het eerste rondje is van ons. Welkom bij de partycipatie!

Blijf op de hoogte van Ruimtekoers en de Akademie

Schrijf je in en ontvang zes keer per jaar de Ruimtekoers nieuwsbrief!

© 2022 Bureau Ruimtekoers