"We participeren eigenlijk gewoon op het niveau van informeren”, zei een communicatieadviseur bij een gemeente in het midden van het land. Daar voer ik samen met mijn team een opdracht uit om inwoners via een participatieproject te betrekken bij de komst van een nieuwe woonwijk. Wacht … wat? Informeren is ook al participeren?

In 2021 heeft Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) programmamaker Yosser Dekker van Bureau Ruimtekoers gevraagd een jaar lang te reflecteren op zijn aanpak. En lessen daaruit te delen in vijf blogs. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving gebruikte deze inzichten en lessen in hun project Aardgasvrije Wijken. Waarin zij de participatie van inwoners, overheden en marktpartijen bij het aardgasvrij maken van wijken in Nederland onderzoeken. Dit is blog nummer 3.

Lees hoe empowerment er kan zijn voor iedereen

Wacht … wat? Informeren is ook al participeren? Ja, volgens de participatieladder van Arnstein uit 1969 staat ‘informeren’ op de derde plek en hoe hoger je participatie-insteek, hoe hoger op de ladder, hoe meer samenwerking tussen overheid en burger. Dit klinkt wat traditioneel en dat is het wat mij betreft dan ook. Gelukkig ontwerpen veel organisaties alternatieven voor die ladder, zo ook het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving die het ‘Empowerment Raamwerk voor participatie’ publiceerde in samenwerking met onderzoeksbureau DRIFT. Waarin zowel een nieuwe ladder gepubliceerd wordt, als ook een raamwerk om vanuit ‘empowerment’ de participatie bij aardgasvrije wijken te beschouwen.

Verschil tussen keuzen maken en weten dat je keuzen kunt maken

Empowerment wordt in die publicatie omschreven als een wijze waarmee alle stakeholders van elkaar te weten komen wat ze willen en kunnen, zodat het helder wordt wat men gemeenschappelijk wil en kan. Op basis hiervan worden nu prachtige oplossingen gepresenteerd, waarbij deelnemers veel meer keuzen hebben om inhoudelijk bij te kunnen dragen aan het participatieproces. Denk aan vanuit technische kennis de warmtepomp kiezen of specifieke subsidies aanvragen.

Echter, deze benadering voelt wat eendimensionaal. Het gaat wat mij betreft ook over de fase vóórdat mensen weten wat ze willen en kunnen bijdragen. Niet iedereen heeft namelijk gelijkwaardige toegang tot het empowermentproces. Ja, de welbenetwerkte inwoner is gemakkelijk op de hoogte te brengen en uit te nodigen, maar inwoners in krachtwijken, die bijvoorbeeld niet de Nederlandse taal beheersen, hebben veel meer moeite om toegang te krijgen tot het empowermentproces zoals gepresenteerd in de publicatie. We moeten ons beseffen dat er een verschil is tussen keuzen máken en weten dat je keuzen kúnt maken.

De oplossing die ik daarvoor zie, ligt onder andere in de gemeenschappelijke taal die ik als intermediair probeer te vinden om inwoners en overheden bij elkaar te brengen. Net zoals de positieve insteek en het doen – die ik samenvatte in de term ‘partycipatie’ – dat zijn.

Duurzaam draagvlak als einddoel voor participatie

Deze drie elementen vormen de basis van hoe ik empowerment toepas in mijn praktijk. Het is voor mij een voorwaarde om tot gelijkwaardige samenwerkingen te komen met een zo’n divers mogelijke groep. Deze aanpak geef ik vorm door met makers, zoals kunstenaars en ontwerpers, te werken aan wat ik noem ‘duurzaam draagvlak’ van hen én inwoners en beleidsmakers bij maatschappelijke thema’s en vraagstukken. Zodat zij vervolgens, dus na de participatieprojecten, zelfstandig, gelijkwaardig en duurzaam betrokken wíllen en kúnnen blijven. Bijvoorbeeld door zelfstandig nieuwe samenwerkingen of projecten op te zetten bij andere thema’s die spelen in de eigen wijk.

En dat is hoe ik met de gemeenschappelijke taal en onze partycipatiementaliteit bouw aan duurzaam draagvlak binnen vier velden, wat uiteindelijk dus empowerment is. In mijn praktijk betekent duurzaam draagvlak dat:

  1. Deelnemers zelfstandiger en mondiger worden: Het meedoen aan een kunst- of cultuurproject met een thema in de leefomgeving – zoals armoede of biodiversiteit – staat centraal. Doordat deelnemers zélf een creatieve uiting maken op dat thema, en dus een bijdrage leveren aan het thema vanuit eigen motivatie, ontwikkelen zij sociale en creatieve competenties als zelfvertrouwen, veerkracht en welbespraaktheid.
  2. Deelnemers samen duurzame netwerken vormen: Het gezamenlijk meedoen aan het cultuurproject staat eveneens centraal. Daarbij ontstaan nieuwe verbinden en netwerken in de leefomgeving, maar ook op het gemeentehuis. Zoals tien inwoners die elkaar nog niet kenden, maar door ons project erachter kwamen dat zij allen een fascinatie delen voor planten en insecten. Zij zijn nu als club aan de slag met vergroeningsprojecten in de wijk. Of de ambtenaren die allemaal vanuit de eigen beleidsterreinen werkten aan armoede, en door ons project elkaar voor het eerst ontmoetten en nu samen als één team armoede bestrijden.
  3. Deelnemers ideeën ontwikkelen buiten de bestaande kaders: Het tastbaar maken van mogelijke ideeën door verbeelding staat eveneens centraal. Zo ontstaan nieuwe oplossingsrichtingen voor thema’s en vraagstukken die vanuit Excelsheets nooit waren gevonden en die leiden tot blijvende betrokkenheid van de deelnemers. Zij hebben namelijk ervaren dat hun idee een oplossing kan zijn. Zoals deelnemers die in een project vanuit het perspectief van bijen een nieuwe groene woonwijk verbeelden. Door zelf hapjes en drankjes te maken en proeven van bloemen en planten die bijen bestuiven en die groeien in het gebied. De aanwezige wethouder was zo enthousiast dat zij op haar beurt opdracht gaf aan haar team van ambtenaren om het thema biodiversiteit als ontwerpvoorwaarde te versterken in de planvorming voor de nieuwe wijk én de inwoners daarbij in te zetten als expert.
  4. Deelnemers toegang krijgen tot middelen en kennis: Het toegankelijk maken van kennis en middelen voor vervolgstappen staat als laatste ook nog centraal. Zodat deelnemers vervolgens zélf aan de slag kunnen. Zoals de theatervereniging die na ons project zelfstandig een vervolg van het participatietraject ontwerpt en daarvoor een ondersteuningsaanvraag schrijft bij een publiek fonds waar zij eerder nog geen contact mee hadden. Of de professionals die werkzaam zijn bij de tweedehandswinkel, die nu samen met de medewerkers eveneens een nieuw project ontwikkelen om een theatervoorstelling te organiseren. De desbetreffende gemeente heeft de medewerking al toegezegd.

Empowerment kan dus antwoord bieden op participatievraagstukken, maar alleen wanneer empowerment ook betekent dat iedereen wordt geholpen toegang te krijgen tot het empowermentproces. Met bovenstaande vier aandachtspunten is dat mogelijk én zijn de effecten tastbaar. Echter, we moeten ons ook beseffen dat een eenmalig participatieproject niet automatisch leidt tot de gewenste effecten. Participatie en empowerment zijn dus nooit iets eenmaligs. Daarover meer in de volgende blog.

Blijf op de hoogte van Ruimtekoers en de Akademie

Schrijf je in en ontvang zes keer per jaar de Ruimtekoers nieuwsbrief!

© 2022 Bureau Ruimtekoers