Maker Tina Lenz en het team van Bureau Ruimtekoers schreven samen een publicatie over hun werkwijze en bevindingen bij het project Ritueel Geopend. Daarin reflecteren zij op hun proces en impact en gebruikte ontwerpmethoden. Dit artikel verscheen in die publicatie.

‘Waarom ik?’ Dat is de vraag die Tina Lenz zichzelf stelt bij aanvang van dit project. Het is een vraag die de aanzet is om abstracte begrippen zoals inclusie en participatie te concretiseren. Een vraag die gaat over ruimte innemen en ruimte maken. En bovenal een vraag die handvatten biedt om te reflecteren op de rol als maker.

In een van onze eerste ontmoetingen licht Tina deze vraag toe: ‘Door mezelf de vraag ‘waarom ik?’ voor te leggen, is het mogelijk om na te denken over mijn eigen rol en tegelijkertijd ook over welke taken niet voor mij zijn weggelegd.’ Deze vraag impliceert immers ook andere vragen. Zo leidt een reflectie op de vraag ‘waarom ik?’ ook tot de vraag ‘waarom niet ik?’ of ‘wanneer niet ik?’ of ‘wie dan wel?’. Antwoorden op vragen zoals ‘wanneer niet ik?’ en ‘wie dan wel?’ scheppen ruimte voor de
ander en kunnen zo het begin vormen van samenwerkingen. Met andere woorden: de vraag ‘waarom ik?’ genereert indirect ruimte voor andere mensen, andere manieren en andere meningen. Noodzakelijke vragen met het oog op diversiteit en inclusiviteit.

De noodzaak van dergelijke vragen wordt extra evident door een tegenvoorbeeld van Richard Sennett1. In zijn boek Samen beschrijft hij de gevolgen van gevoelens van wrok bij ‘de gewone mensen’2. Wrok ontstaat, volgens Sennett, doordat ‘de elite’3 geacht wordt te spreken in naam van ‘de gewone mens’, maar weinig benul heeft van diens problemen. In Samen beschrijft Sennett een situatie waarin politici denken het gedrag van de gewone mensen te kunnen verklaren zonder hen gesproken te hebben en zonder hen als gelijken te zien. De tegenreactie van ‘de gewone mens’ bestaat uit complottheorieën waarbij ‘de elite’ wordt afgebeeld als een grote samenzwering met duistere pacts tegen ‘de gewone mens’. Sennett, en vele anderen, interpreteren complotten als een manier (angstreducerend, geadresseerd en betekenisgevend) om de onmacht van alledag te verklaren. ‘Hervormingen die in naam van het volk in achterkamers worden beklonken, vertalen zich in complotten door middel waarvan de gewone mensen hun rechten en hun eer worden ontstolen.’ (Sennett, 2016)

Ontdek Ritueel Geopend

Mijns inziens een interessant, actueel en relevant voorbeeld waarbij ogenschijnlijk rekening wordt gehouden met ‘de gewone mens’. In eerste instantie lijkt er sprake van inclusie van deze groep, maar in werkelijkheid is de inclusie beperkt tot een fictieve groep mensen. Immers, ‘de gewone mens’ is hier een geconstrueerd begrip op basis van aannames. Deze aannames kunnen per toeval overeenkomen met de werkelijkheid, maar zijn het bevragen waard om het gewenste resultaat te bereiken. Ervan uitgaande dat het gewenste resultaat, in een democratisch stelsel4,5, daadwerkelijke inclusie van de gewone mens is. Vragen als ‘wanneer niet ik?’ en ‘wie dan wel?’ kunnen in dit geval bijdragen aan het includeren van ‘de gewone mensen’ door juist ook hen te bevragen. In het voorbeeld van Sennett wordt deze ruimte opgevuld met onjuiste aannames over deze groep mensen.

Enig spanningsveld op het gebied van ruimte innemen en ruimte laten in relatie tot de ander is altijd aanwezig, maar extra prominent in sociaal-maatschappelijke projecten. Tina beschrijft in Van Amulet tot Artefact dat social designers vaak te horen krijgen dat zij er zijn om een maatschappelijk probleem op te lossen.6 Daarop antwoordt Tina “Wie zouden wij zijn om dat te doen?”. In de Molenwijk in Amsterdam (Van Amulet tot Artefact) kwamen Tina Lenz en Magda Augusteijn om “iets uit te lichten, iets op te tillen”. Het ging er niet om wat er ontbrak in de buurt, maar om het belichten van wat er al was. Ook in Arnhem bij de Drieslag, lijkt Tina vanuit dit idee te werken. Daarbij is er geen gebrek aan ruimte voor het gemis, maar ligt de focus op wat er graag gezien wordt. Een mooie methode vanuit de overtuiging ‘wat je aandacht geeft dat groeit’.

Tina’s aanpak laat zien dat er ruimte kan worden opgevuld met eigen gedachten en eigen aannamen, maar dat het interessanter en nuttiger7 is om bij het verhaal van de ander te blijven. Het uitlichten van het verhaal van de ander vereist observeren, vragen en luisteren. In de filosofie gaat het in zo’n geval al snel over Socrates’ analogie van de vroedvrouw. De vroedvrouw – als metafoor – helpt anderen met het baren van kennis door vragen te blijven stellen. Aannames en oordelen worden daarbij actief onderzocht en/of even geparkeerd. Op deze manier dient een vraag als middel om in de denkwereld van de ander te komen.8 In Socrates op Sneakers vergelijkt auteur Elke Wiss een vraag met gereedschap. Je kunt een beitel gebruiken bij het beeldhouwen, maar met te veel kracht hak je een kop van een romp. Je kunt schuurpapier gebruiken om bij te schuren, maar schuur je te zacht dan verandert er niks. Datzelfde geldt ook voor vragen. Een vraag werkt, evenals gereedschap, pas goed als je de vraag goed inzet. Dat blijkt ook uit Tina’s aanpak. Waar Tina startte met een algemene vragenlijst, paste zij vrijwel direct haar aanpak aan de winkeliers aan. Haar werkwijze verschilde per winkelier en was daardoor passend. Deze methode laat zich wellicht lastig vangen in de gangbare methodenleer en stati(sti)sche modellen van de sociale wetenschappen, mijn eigen achtergrond. Echter, in de praktijk levert deze diversiteit aan methoden juist organische samenwerkingen en nieuwe belangwekkende inzichten en resultaten op.

Een van die nieuwe inzichten is Tina’s observatie van de minibuurthuizen. In de winkels van winkelcentrum de Drieslag worden producten verkocht, zoals dat bij een winkel hoort natuurlijk, maar vinden tevens een type/hoeveelheid ontmoetingen plaats, zoals dat eerder bij buurthuizen verwacht mag worden. Deze observatie is bijzonder en relevant, vooral omdat er veel moeite wordt gedaan om een ontmoetingsplek te laten ontstaan. Een plek waar mensen graag willen komen om buurtgenoten te ontmoeten. Het mooie aan de winkels in de Drieslag is dat deze plekken vooralsnog winkels zijn, maar dus ook in andere levensbehoeften voorzien. Zo komen in de periode van de Surinaamse verkiezingen
consumenten bijeen in ‘Toko Ons Huis’ om over de verkiezingen te praten. In ‘Toko Indrajaja’ komen ouderen samen om bij te kletsen en bij ‘Bakkerij Drieslag’ komt iedereen een döner eten en even bijpraten met Sehbas. De winkels zijn als zodanig stuk voor stuk minibuurthuizen in het semipublieke domein waar ontmoetingen plaatsvinden. Waar buurthuizen soms kampen met het probleem van toegankelijkheid en het aantrekken van mensen blijken de minibuurthuizen in de Drieslag bij uitstek plekken waar je laagdrempelig even rond kunt kijken. Je kunt er zo vaak als je wilt langskomen onder het mom van boodschappen doen.

In het verlengde van het bovenstaande is gedurende het project verder ‘luisterend’ aangesloten op ‘dat wat is’. En zo heeft het aandacht gekregen. Het onderzoek leidde tot participatief scheppen. Uit het gezamenlijke ‘onderzoeken en creëren’ ontstonden vlaggen. Interessant is dat deze vlaggen een verdubbeling9 zijn van wat er al bestond. De vlaggen etaleren dat wat achter de ramen en deuren van de winkels al aanwezig was. Zo wordt de identiteit van de winkels nog duidelijker uitgedragen en worden de denkbeeldige drempels verder verlaagd. Naast het etaleren van de diverse identiteiten vormen de vlaggen ook een teken van gezamenlijke identiteit. Een gezamenlijke vorm waarbinnen ruimte is voor diversiteit sluit aan bij de woorden van Sennett. Sennett stipt in Samen aan dat de stad mensen verplicht om na te denken en om te gaan met andere loyaliteiten. Hij spreekt hier zijn hoop uit over het vinden van een vorm om met verschillen en eigenaardigheden om te gaan. De vlaggen zijn hier een mooi voorbeeld van. De verschillen verdwijnen niet in de egalisator ‘gemeenschapszin’10, maar komen tot hun recht binnen de gezamenlijke vorm: de vlag.

Ritueel Geopend, het project rond de Drieslag kan beschouwd worden als een toonbeeld van wat er kan voortvloeien uit vragen, luisteren, observeren en samen creëren. Zelf een stapje terugdoen11 laat en schept ruimte voor de ander. Een ruimte die opgevuld wordt met nieuwe verhalen, nieuwe perspectieven en nieuwe inzichten. Op die manier ontstaat de mogelijkheid om van de ander te leren in plaats van slechts namens de ander te spreken.12 Daardoor ontstaan geen oplossingen voor fictieve mensen, maar ontstaan inclusieve samenwerkingen en creaties die ons13 weer een stapje dichterbij een gewenste, democratische werkelijkheid brengen.

Voetnoten

1 Sennett, R. (2016). Together (Vertaling: Samen editie). Amsterdam: Meulenhoff Boekerij.

2 In Sennett’s boek Samen wordt de term ‘de gewone mensen’ gebruikt om te verwijzen naar witte Amerikaanse arbeidersgezinnen. Hij verstaat hier onder andere politieagenten, fabrieksarbeiders en winkelbedienden onder.

3 In Sennett’s boek Samen wordt de term ‘de elite’ gebruikt om te verwijzen naar politici, media, linkse organisaties, de topuniversiteiten met hun radicalen en vakbondsleiders.

4 Brown, W. (2015). Het Ontmantelen van de Demos: De Stille Revolutie van het Neoliberalisme. Amsterdam: Octavo.

5 Meehan, E. (2003). From Government to Governance. Belfast.

6 Lenz, T. en Augusteijn, M. (2019). Van Amulet tot Artefact. Amsterdam.

7 Wil sprake zijn en blijven van inclusie en participatie.

8 Wiss, E. (2020). Socrates op Sneakers. Amsterdam: Ambo|Anthos

9 Een specifieke verdubbeling, een stukje uit de werkelijkheid wordt op deze manier benadrukt.

10 Sennett, R. (2016). Together (Vertaling: Samen editie). Amsterdam: Meulenhoff Boekerij.

11 Het uitblijven en/of actief onderzoeken van eigen aannames en oordelen.

12 “Empathie houdt in ‘ik luister goed naar je’ in plaats van ‘ik weet precies wat je voelt’. Empathie is een houding waarbij aandacht besteed wordt aan de ander op haar eigen voorwaarden.” Sennett, R. (2016). Together (Vertaling: Samen editie). Amsterdam: Meulenhoff Boekerij.

13 De betekenis van ‘ons’ in dit geval is niets meer en niets minder dan ‘ik en de ander’.

Blijf op de hoogte van Ruimtekoers en de Akademie

Schrijf je in en ontvang zes keer per jaar de Ruimtekoers nieuwsbrief!

© 2022 Bureau Ruimtekoers