Maker Tina Lenz en het team van Bureau Ruimtekoers schreven samen een publicatie over hun werkwijze en bevindingen bij het project Ritueel Geopend. Daarin reflecteren zij op hun proces en impact en gebruikte ontwerpmethoden. Dit artikel verscheen in die publicatie.

Als programmamaker en onderzoeker bij Ruimtekoers ben ik actief betrokken bij de maakprocessen van de stadsmakersprogramma’s: programmaonderdelen die op een interactieve manier de mogelijkheden van de publieke ruimte onderzoeken. Samen met Sarah, collega-onderzoeker, probeer ik zoveel mogelijk gedachtes, anekdotes, woorden, blikken en reacties te absorberen, om later al die data te bundelen en conclusies te verbinden aan een half jaar vol gebeurtenissen. ‘Sponzen met de kraan open’, noemen we het ook wel. En vandaag gaan we sponzen bij Hans van Baars Optiek.

Ik had er eerlijk gezegd maar weinig vertrouwen in dat de Drieslag kon veranderen. Maar, daar begin ik op terug te komen!

Ontdek Ritueel Geopend

Toen ik met Tina en Sarah naar de hoek van de Sint Laurentiuslaan liep, waar de optiek van Hans al bijna negen jaar gevestigd is, wist ik echter niet dat ons bezoek aan Hans mij zo diep zou raken. Waarom? Voordat Hans zich op de Drieslag vestigde, deed hij zaken als opticien in winkelcentrum Kronenburg. Maar door een iets te strakke ondernemersregeling liep het daar spaak. Hans kreeg de keuze om te verhuizen naar de Drieslag, een verhuizing die hij, na veel wikken en wegen, toch aanging. “De Drieslag was niet per se de plek waar ik wilde zijn”, legt hij uit. “Waar bij Kronenburg alles goed geregeld was, is dat hier minder zo.” En Hans heeft gelijk. Als je winkelcentrum Kronenburg en de Drieslag met elkaar vergelijkt, zijn het bijna tegenpolen. Kronenburg doet denken aan de Amerikaanse post-war suburban mall, waar alles strak, schoon, sereen (en plastisch) is. De Drieslag daarentegen lijkt, door zijn open structuur met overkoepelende pergola meer op de Franse arcadische passage. Soms lijkt het zelfs op een bazaar, waar etenswaren buiten staan uitgestald en mensen als marktbezoekers door de straat struinen; een plek van chaos en reuring. En chaos schrikt snel af. Terwijl chaos ook iets moois is, omdat juist hier mogelijkheden liggen. Mogelijkheden die vaak niet direct zichtbaar zijn, ook niet voor Hans. Totdat…

…we door Tina bij Baars Optiek naar binnen worden geleid, waar Hans Baars achterin de zaak zit te werken. Een warm welkom van Hans (met spatkap) heeft wel een serieuze ondertoon: “alles op anderhalve meter afstand alsjeblieft.” Hans is een man van weinig woorden, een oase van rust, maar met wijsheid in pacht. We kijken samen naar foto’s uit de wegwerpcamera van Hans en zoeken naar de esthetische waarden waar de identiteitsvlag van Baars Optiek aan moet voldoen. Terwijl we kijken, spreekt Hans met gereserveerd enthousiasme over de dingen die hij heeft gefotografeerd. Af en toe grinnikt hij een beetje en ik merk dat Hans, in zijn aangewende kalmte, geniet van dit project.

Dan komt het: “Ik had er eerlijk gezegd maar weinig vertrouwen in dat de Drieslag kon veranderen”, zegt Hans. Ik schrik een beetje. “Maar”, zegt hij kalm, “daar begin ik op terug te komen.” Hij grinnikt een beetje. “Ik merk dat jullie aanwezigheid iets doet met de mensen.” Hij kijkt ons aan en zijn blik vertelt me dat hij het meent. Ik krijg kippenvel. Om Hans, die al zo lang zijn onderneming onderhoudt op een plek waar hij weinig verbinding mee voelt, te horen zeggen dat zijn scepticisme voor de plek is omgeslagen naar hoop, maakt me warm van binnen. Later reflecteer ik met Tina en Sarah op dat moment. We zijn het unaniem met elkaar eens: dat was bijzonder.

Eerder die dag, op het pleintje voor de Albert Heijn, was ik toeschouwer van een conversatie tussen twee mannen. Die ontsprong toen de wat langere man, de iets kleinere man een folder aanreikte. De iets kleinere man bedankte hiervoor. “Dat zou aan mij verspild papier zijn”, voegde hij daaraan toe. De wat langere man antwoordde met een verontwaardigde toon: “U gelooft niet?”. Nog een paar momenten daarvoor had ik uit nieuwsgierigheid zo’n zelfde folder wél aangenomen. Ook al kon ik van een afstandje zien wat de boodschap van de folder was, toch wilde ik weten wat er in detail verteld werd op dat kleine stukje papier. Het bleek een uitnodiging om samen het bestaan van de Schepper te vieren. Ik wist dat ik niet zou gaan, maar bedankte hem vriendelijk.

“Ik geloof wel”, zei de wat kleinere man, “ik geloof in energie als een overkoepelend principe.” Hij zweeg even. “En dat wil niet zeggen dat ik uw geloof niet respecteer, absoluut niet. Ik kies er alleen voor om te geloven in dat wat ik om mij heen zie. En dat wat ik niet kan zien, vind ik moeilijk om te geloven.” De langere man keek vragend en er werd een spanning voelbaar. Als om een gelijkmaker te willen scoren, begon hij: “Ik zie ook een hoop.Maar ik zie vooral veel zelfzuchtigheid. Ik zie pasgeboren kinderen die huilen, peuters die met de wijsvinger naar zichzelf wijzen en alleen maar ‘ikke, ikke, ikke’ roepen.” Op dat moment worden we gepasseerd door een man uit de buurt. In zijn ene hand een knijper, in de andere hand een vuilniszak. De wat kleinere man zegt: “Wat is dat dan? Ik zie daar geen ‘ikke, ikke, ikke’. Ik zie daar iemand die vrijwillig prullen van de straat raapt.”

Het gesprek tussen de twee valt stil en de sfeer wordt onwennig. Ze besluiten beiden hun eigen weg te gaan.

Ik neem de ruimte om te reflecteren. Beide mannen hebben waarschijnlijk gelijk, maar de woorden van de kleinere man klinken na in mijn hoofd: “Ik kies ervoor om te geloven in dat wat ik om mij heen zie…
Ik kies ervoor.” Omdat ik de wat kleinere man ken, vraag ik hem wat hij daar precies mee bedoelde. Zijn woorden raken mij diep. Hij zegt: “Ik heb altijd een keuze, toch? Naast dat ik kan kiezen wat ik geloof, kan ik ook kiezen wat ik zie.” “Zoals de man met de vuilniszak?”, vraag ik. “Inderdaad, zoals de man met de vuilniszak. Je zou hem kunnen zien als iemand met een taakstraf. Maar wat heb je daaraan? Je weet het niet zeker. Daarom kies ik ervoor om hem te zien als iemand die vrijwillig, uit liefde voor de buurt, prullen raapt.”

Ik heb nagedacht over wat ik zelf graag ‘de kracht van de keuze’ noem. Waarom zou je, op een mentale tweesprong, waarin je kunt kiezen tussen een liefdevolle en een argwanende perceptie, kiezen voor het liefdevolle? Ik vraag het nog eens. Het enige wat ik me kon bedenken was: waarom niet?

De kracht van de liefdevolle benadering is iets heel krachtigs en ik denk dat ik het, in het halve jaar dat ik op de Drieslag aanwezig was, vaker heb gezien dan ik doorhad. Ik zag het bij Hans, die koos voor hoop in plaats van scepticisme. Ik zag het bij Sehbas, die kiest voor vriendelijkheid, naar al zijn klanten. Maar ik zag het ook bij Tina, die kiest voor vriendschap in plaats van een werkrelatie. En natuurlijk, de Drieslag is niet ineens een utopische gemeenschap waar iedereen voor liefde kiest. Ik zag ook mensen die kozen om minder liefdevolle dingen te zien. Maar wat ik me door het werk van Tina heb gerealiseerd, is dat een liefdevolle benadering aanstekelijk werkt. Eenmaal geïnitieerd, verspreidt het zich onder de mensen. Dit zijn de bouwstenen voor een nieuw soort Drieslag: een ruimte en een netwerk dat gebouwd is op positivisme, mogelijkheid en daadkracht. En wanneer die liefdevolle beweging aan blijft houden en andere mensen aansteekt, breidt het zich uit, totdat het een kantelpunt bereikt waardoor een plek waar sociale onveiligheid de boventoon voert, een plek van gemeenschap en openheid kan worden.

En dat kan beginnen met de vraag: ‘wat kies ik te zien?’

Blijf op de hoogte van Ruimtekoers en de Akademie

Schrijf je in en ontvang zes keer per jaar de Ruimtekoers nieuwsbrief!

© 2022 Bureau Ruimtekoers